Skip to content

Rotterdam heeft alles

11 april 2011

Marathondag, 15.45 uur

Enigszins gegeneerd neemt de man een papieren zakdoekje en flesje water van me aan. Even bijkomen, een gemompeld dankjewel en dan verdwijnt hij met stramme passen in de menigte voor het station. Hij heeft het gehaald, de marathon. Aan mijn voeten zijn ‘offerande’: een flinke plas water die in drie keer overgeven uit zijn maag kwam zetten (een geluk dat het geen zaterdagavond-na-het-stappen-broodje-shoarma is).

12.00 uur

Het plan is om aan de Bosdreef te staan en om daar te komen hoef ik maar twee hekjes over. Helaas, een waakzame agente heeft me in de smiezen en wijst me resoluut de tegenovergestelde richting op. Van mijn sputteren trekt ze zich hoegenaamd niets aan. Een poging om te doen alsof ik haar aanwijzingen opvolg mislukt (aanstalten maken om weg te lopen en dan achter haar langs alsnog het hekkie over wippen). Wakkere agentes hebben ze hier in Rotterdam.

Op de Coolsingel staan de toeschouwers rijen dik achter dranghekken. Op de hoek bij de drinkpost aan de Hoofdweg staat ook veel volk, maar hier net voor het 33 kilometerpunt – halverwege de Boszoom met achter me iets van een kinderboerderij of hertenpark – is het heerlijk rustig. Dat betekent dat er ruimte genoeg is om de lopers te zien en van dichtbij aan te moedigen.

12.36 uur

Stel je voor: het is vier uur ’s nachts, koud en donker. Verdwaald in een onbekende stad. Je voetstappen echoën tegen de gevels. Een lange lege straat. Het licht van hier en daar een straatlantaarn is je enige houvast. Uit het donker in de verte komt een stipje tevoorschijn. Het stipje wordt groter. En groter. Het komt dichterbij. Het is opgebouwd uit kleinere stipjes. Je ontwaart beweging in het stipje. Steeds sneller dichterbij. Zonder haperen. Ieder stipje zelfstandig en tegelijkertijd in volmaakte samenhang met de andere stipjes. Je stopt, kijkt en luistert. Is het een machine? Is het gevaar dat op je afkomt? Wat het ritmische geluid van zachte plofjes betekent, realiseer je je pas als het te laat is. Het is het geluid van… … de Kenianen.

Voor je het weet is het voorbij. Op deze ZONdagmiddag kan ik nog net de favoriet Vincent Kipruto herkennen in het midden van dit kopgroepje, waar ook Ethiopiërs bijhoren natuurlijk. Even later volgen nog Michael Kipyego en Feyisa Lelisa (of was het andersom?) en een paar atleten die ik niet herken. Het ziet er naar uit dat Michaels debuut niet ook een eerste plaats wordt. Het wachten is nu op onze hoop in bange dagen, Koen Raymaekers. De man die naast me staat vraagt: “Het veld is wel erg langgerekt. Is er altijd zoveel afstand tussen de kopgroep en de rest?” Alsof ik dat zou moeten weten.

12.42 uur

Daar komt ‘ie. Hij loopt alleen. Het publiek roept zijn naam. Koen! Kom op, Koen. Applaus en aanmoedigingen links en rechts. “Wie is dat?” vraagt de man naast me. “Is hij de beste Nederlander?” Ja. Dat is ‘ie. Dat is nou Koen Raymaekers. Enkele minuten later houdt de man het voor gezien. Wat hij vindt van zo’n marathon laat zich raden.

Mijn aandacht richt zich op Rita Jeptoo, Hilda Kibet en Phyles Ongori als eerste drie en daarna op Lindsay van Marrewijk. Vrouwelijke sporters krijgen nog altijd minder aandacht, reden temeer om ze te laten weten dat ze gezien worden. Waar zijn ze? Ik zie twee mannen van wie eentje behoorlijk fors is uitgevallen. Huh? Ik zie heel veel benen. Krijg nou wat! De vrouwen lopen er vlak achter en zijn met hun kleine gestaltes zo goed als onzichtbaar. Wacht effe, niet zo snel. In een flits herken ik het ronde gezichtje van Hilda Kibet. Go Hilda! Het is natuurlijk prachtig dat het zo snel gaat, maar ook jammer wel dat ik er niet langer van kan genieten. Volgend jaar eens proberen of meefietsen meer oplevert. Nu er telkens wat meer lopers passeren begint ook het publiek warm te worden. Aanmoedigingen klinken luider en het applaus is welgemeend. Eerlijkheid gebiedt me te erkennen dat de Rotterdammers zich positief onderscheiden van de Hagenaars (CPC). Zowel in aantal als in enthousiasme. Vanwaar dit verschil?

13.02 uur

Lindsay van Marrewijk heb ik vaker zien lopen dat maakt het makkelijk om haar in de verte al te herkennen. Ook zij loopt alleen. Op mijn horloge is het twee minuten over een. Geen idee wat het schema is, maar omdat er zeker weten nog geen vijftien vrouwen voorbij zijn, weet ik dat ze er een aantal heeft ingehaald. “Kom op Lindsay, go go go. Lindsay, Lindsay.” Een verbaasd glimlachje schiet over haar gezicht. Tja, ik herken haar wel, maar zij kent mij vanzelfsprekend niet.

Van fotograferen komt eigenlijk niets terecht. Het klappen en roepen krijgt prioriteit. Welgeteld één foto heb ik gemaakt. Ronald staat een paar meter voor me en is net als ik enthousiast supporter van iedere loper. Met als specialiteit het op gang krijgen van zij die wandelen. “Blijf dribbelen” is zijn goede raad. Wonderlijk maar waar: na enkele passen zet bijna iedereen aan en draaft dan weer mee. We genieten samen van het effect. De grote horde komt eraan. Uur na uur na uur.

13.38 uur

Ik voel me door hem vereerd als hij me een elegant knikje van het hoofd geeft in ruil voor mijn aanmoediging. Had ik het geweten dan had ik een loei van een spandoek voor hem geknutseld. Over wie heb ik het? Over Ed Whitlock. Een jaar geleden ongeveer las ik over deze Canadees in een oude Running Times. Het artikel heet Ed Whitlock and the age of simplicity. Nu schiet de herkenning (dat haar, die kop, die ken ik toch?) veel te laat door mijn hoofd, Ed is al honderden meters verder. Hij doet het kopwerk met achter hem een groepje van een man/vrouw of tien. Een kanjer met een mentaliteit die hoort bij Rotterdam. Niet lullen maar lopen.

14.30 uur

Saai? Nee hoor, helemaal niet. Mensen zijn reuze interessant om te bekijken. Mijn aandacht gaat dit keer extra uit naar looptechniek. Welke lopers hebben het, welke niet en hoe ziet dat er dan (niet) uit. In eerste instantie let ik op de plaatsing van de voeten. Haklanders vormen de overgrote meerderheid gevolgd door midvoetlanders en platvoeters. Heel bijzonder is de man die op zijn tenen loopt. Van voor gezien is het raar, van achter gezien is het nog veel gekker. Hij draagt reguliere schoenen maar zijn hak en midvoet raken de grond bij lange na niet. Ik ben heel benieuwd hoe lang hij al op deze manier loopt en of hij er de komende dagen last van zal ondervinden. De meeste voeten komen niet meer dan een tiental centimeters van de grond, maar er zijn er bij die hun benen enorm hoog optillen wat een komisch gezicht is. Paslengte is nog iets dat enorme verschillen laat zien. Kleine pasjes, grote pasjes… (Denk aan Trafassie.) Klein combineert vaak met snel en groot met langzaam hoewel ‘klein en langzaam’ nu de vermoeidheid toeslaat steeds vaker voorkomt.
Over snelheid zegt het eigenlijk niets. Grote langzame passen gaan soms heel hard vooruit, terwijl kleine snelle pasjes geen meter opschieten. En omgekeerd komt ook voor. Ik zie knieën, gestrekt, gebogen, zwabberend en knikkend. Heupen die draaien, zwenken, zakken. Buiken variërend van deuk (atleet) naar welving naar bolletje naar met zorg gekweekte bierbuik. Armen in alle richtingen en de weg wijzend naar de finish of naar Tytsjerksteraweetikveel. Ik kijk en onthoud en hoop er later bij mijn eigen training goed gebruik van te kunnen maken. De kroon op de looptechniek wordt gevormd door het hoofd (verzin ik ter plekke). Dat is extra genieten. Prachtige hoofden. Jong, oud, vol, glad, gerimpeld of gebotoxt het maakt niet uit want twee dingen hebben ze gemeen. Ieder hoofd is rood en bezweet. Nou ja, ieder hoofd. Gestoken in zwart T-shirt en korte tight valt het bleekwitte lichaam en hoofd van een loper extra op. Een van de Engelse deelnemers wellicht.

Ook dat is een wereld van verschil met de Haagse CPC. De deelnemers in Rotterdam komen van over de hele wereld. Britten (voor het gemak op een hoop gegooid), Roemenen, Denen, Zweden, Amerikanen, Belgen, Italianen, Portugezen, Brazilianen, Duitsers, Letten, Fransozen, Spanjaarden, hele kleine Zuid-Amerikaanse Indianen. Ronalds advies gaat over in het Engels: keep dribbling (ook te vertalen als blijf kwijlen of blijf druppelen). Toch werkt het wel, alsof er maar één taal is vandaag ‘loperslatijn’.

De pacer met ballon 4:30 komt voorbij. Twee deelnemers die ik wel verwacht had, heb ik nergens gezien, maar ze zullen zeker niet achter deze groep zitten. De laatste lopers zijn bij Ronald in goede handen. Ik houd het voor gezien en ga op weg naar het station. Daar aangekomen kan ik nog net op tijd wegspringen voor de gift van de onbekende loper waarmee ik dit verslag begon.

Resultaat: een geweldige dag in alle opzichten.

Ed Whitlock liep een wereldrecord in zijn leeftijdsklasse en een eindtijd van 3:25:40. Doe het maar na.

Lindsay van Marrewijk liep een pr in 2:37:37.

Opvallend is dat Lindsay in haar verslag schrijft dat ze het bij 32/33k zwaar heeft. Voor een leek als ik ben, was daar niets van te zien. Zal dus aan mij liggen, maar gezien de prestatie kan het ook haar perceptie zijn.

Advertenties
3 reacties leave one →
  1. 12 april 2011 18:21

    Een mooi dagje uit en zo te lezen was rotjeknor weer geweldig.

  2. 12 april 2011 10:35

    Anne & Ronald en al die honderduizenden aan de kant bedankt, we hadden jullie steun wel nodig! Van Ed Whitlock had ik in het startvak gehoord dat hij een poging tot het WK ging wagen, hij won de M70 met een straatlengte verschil. Zijn prestatie is als gelijk de winnaar, voor mij ook een inspiratie nog lang door te gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: