Skip to content

CPC 2013: koud, kouder, koudst

10 maart 2013

Hatsjekiedee wat is het koud buiten. Een brrr-wind maakt dat mijn schouders extra hard aan de bak moeten om het #kanjerspandoek in de lucht te houden en als ik Dorian van Rijsselberghe was ging ik vandaag lekker windsurfen. Dat ben ik niet. Ik ben Hagenees en (herstellend) hardloper dus sta ik om kwart over elf al op de Javastraat waar ik nog net het staartje van de 2,5km jeugdloop  kan aanmoedigen. Het zijn vooral vaders en moeders die support kunnen gebruiken: het kost hen veel van hun opvoedkunsten om de kinders te bewegen om vooral door te blijven lopen want ja, tweeënhalve kilometer daar kun je je lelijk op verkijken als je nog maar vijf jaar oud bent. Net als ikzelf hebben ook deze lopertjes een beetje last van het begrip ‘enthousiasme groter dan conditie’.

in afwachting

Al snel ligt de straat er weer verlaten bij in afwachting van de vijf-kilometerlopers. Militairen, agenten en verkeersregelaars in overvloed. Zonder hun inzet op de wegafzettingen zouden de atleten zich tussen het dagelijks verkeer moeten mengen en ik weet zeker dat Haagse weggebruikers geen centimeter asfalt zouden afstaan aan sprintende ‘voetgangers’, ook niet voor die ene dag per jaar. Een goede zaak dus. Niet te lang koukleumen, daar komen ze…

Hoppa! Armen omhoog zodat KANJER duidelijk zichtbaar is voor de aanstormende massa. Nog niet heel lang geleden maakte ik mijn debuut op deze afstand zoals vandaag vele andere lopers dat doen. Het is goed te zien dat dit vooral een race is voor beginnende lopers – jong en oud – er wordt gesprint(!), gesukkeld, gelachen, gehijgd en alles en iedereen loopt elkaar kriskras voor de voeten. Velen zijn, net als ik toen, begonnen via iets als Start2Run of via een van de loopgroepen bij de (atletiek)verenigingen. Eigenlijk is er niet heel veel verschil met de jeugd van de 2,5. Ook hier zie ik exemplaren van wie het ‘enthousiasme groter is dan de conditie’. Halverwege fiets ik snel naar de Riouwstraat voor de tweede helft van het parcours. Als de wind in het spandoek slaat voel ik hoe mijn schouderspieren zich moeten aanspannen: morgen kan ik geen kopje optillen, weet ik nu al maar de vele vrolijke reacties van de lopers maken het supporteren de moeite waard. Zij blij ik blij. Voor sommigen is dit een eenmalige actie, voor anderen betekent het de weg naar meer. Voor iedereen die over de finish komt is er na afloop het gevoel dat je een bijzondere prestatie hebt geleverd. Dat pakt niemand je af.

Terwijl de vijf-ers glunderend hun medaille in ontvangst nemen doe ik mijn best om op temperatuur te komen. Dertig minuten voor 5000 meter is een ding, een krap half uur om klappertandend koffie te drinken is iets heel anders. Time flies when you’re having fun zal ik maar denken. Op naar een stukje tien. De voorhoede is al lang voorbij tegen de tijd dat ik ter hoogte van Madurodam een plekje vind. De tieners zijn – over het algemeen – getrainder en dat is vooral te merken aan het geluid dat geproduceerd wordt. Deze lopers zijn minstens zo enthousiast maar aanmerkelijk minder luidruchtig dan hun voorgangers op de vijf. Tegen de tijd dat de bezemwagen in zicht komt en mijn armen er zowat afvallen, heb ik plotseling een verslaggever aan mijn broek hangen – figuurlijk gesproken. De razende reporter van OmroepWest die live verslag doet op de radio, maakt een praatje met me (wat of er op mijn spandoek staat en of ik zelf ook hardloop). Grappig.

In cafe Madeleine aan het Valkenbosplein visualiseer ik hoe mijn onderkoelde tenen weer tot leven gewekt worden door een warme chocomel. Opnieuw heb ik een half uur te overbruggen voordat het hoofdnummer van start gaat. Mijn favoriet Khalid Choukoud doet mee en ik hoop van harte dat hij een goede wedstrijd loopt. Een beetje atleet – en welke loper is dat niet – loopt zo’n halve marathon aan de hand van een schema dat aangeeft welke kilometers in welk tempo moeten worden afgelegd met de bedoeling een optimale prestatie neer te zetten. Zo’n schema heb ik als supporter net zo goed. Raar? Nee hoor, helemaal niet. Uitgaande van het topatletenschema van 1 uur zitten er in het parcours drie punten waar ik kan gaan staan. Punt 1 en 2 liggen dicht bij elkaar dus die zijn snel bedacht. Maar om van 2 naar 3 te komen moet ik op de fiets een flinke afstand overbruggen terwijl het voor Khalid, Michel en Koen nog geen 7 kilometer is. Wil ik op tijd bij 3 zijn, mag ik bij 2 niet langer dan 5 minuten blijven plakken. Daarbij moet ik in mijn berekeningen ook nog ruimte maken voor 2 startgolven en de individuele wedstrijdverwachting van Peter en Tom. Mijn dilemma: ik wil dolgraag zien of het Khalid gaat lukken om als eerste Nederlander te finishen én ik wil dolgraag alle andere lopers supporten. Ga ik voor de topatleten of ga ik voor Peter, José, Fred, Bert, Tom, Anton, Caby en de duizenden onbekende recreanten. Allebei tegelijk gaat niet. Na lang wikken en wegen neem ik een besluit en klieder ik mijn persoonlijke tussentijden op een kladje.

Op de brug bij de Groot Hertoginnelaan is het gezellig druk. We worden vermaakt door een creatieve Hagenees die op geheel eigen wijze grappige aanmoedigingen de lucht in slingert en ons allemaal aan het lachen maakt. Of de CPC’ers zijn opmerkingen op dezelfde manier waarderen? Ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken. Op momenten dat je als loper helemaal stuk zit kan een lollig bedoelde kreet zomaar verkeerd vallen, zo is mijn ervaring. Met Schoorl in mijn achterhoofd check ik bij de toeschouwers die naast me staan dat ze geen last hebben van mijn spandoek maar tegen de tijd dat het de lucht in gaat zijn de Kenianen al voorbij met Khalid en Michel (Butter) zowaar op hun hielen. Zo snel, zo mooi. Applaus! Ze worden gevolgd door ruim 8000 deelnemers die hun best  doen om hen in te halen. In het half uur dat mijn schema me toestaat lukt het me om Peter en Anton te zien, zij krijgen een extra zwaai mee voor onderweg. Voor mij is het tijd om een straatje verderop te gaan, doorkomstpunt 2 is net voorbij de 12km. De Kenianen hebben een gat geslagen met de Nederlanders, Michel voorop met iets verder achter hem Khalid. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf en meen zowaar te zien dat Khalid me hoort. Koen Raymaekers is de pineut, hij heeft moeten afhaken en loopt in z’n eentje. Ook hier aan de Van Boetzelaerlaan staat een supersupporter langs de kant. Net als ik leest deze Haagse de namen op de startnummers en dus klinken we in koor: “Kom op Jan, Theo, Klaas, Yassin, Miranda, Goed zo Esther, Jolande, Frank, Paula, George, Caby, Diederik. Hee Fred! Kom op Fred!” Na Fred volgt José en dan Peter voor de tweede keer. Tussen de bedrijven door check ik mijn schema en mijn horloge, twintig minuten vliegen voorbij. De recreanten hebben gewonnen want ik maak geen schijn van kans om op tijd bij Madurodam te zijn om Khalid een derde keer te zien.

Brrrrrrrrr klappertandend doorkruis ik de Scheveningse bosjes. Door extra hard te trappen lukt het me misschien om m’n lichaamstemperatuur omhoog te krijgen al vermoed ik dat mijn tenen langer nodig hebben. Had ik in plaats van m’n luchtige Merrelltjes maar moonboots aangetrokken dan hingen er geen ijspegels aan m’n voeten. Een halve marathon komt op mijn eigen wensenlijstje niet voor (veel te lang) maar ik zou er een lief ding voor geven om nu te kunnen lopen in plaats van stil te staan. Zij die wel lopen hebben het inmiddels lekker warm, 19 kilometer zit er op en vanaf dit punt is het ‘downhill all the way’. De snelste atleten zijn al gefinisht tegen de tijd dat ik het spandoek voor de derde keer ontvouw voor de duizenden kanjers die ik nu tot op de laatste man/vrouw mag aanmoedigen. Het feest kan beginnen! Hee mevrouw da’s de derde keer dat ik u zie. Hee u staat ook overal. Hee mevrouw u bent zelf een kanjer. Heeft u een tweelingzus ofzo? Veel opgestoken duimen, een lachende Anton en een zwaai van Bert die met een geleend startnummer loopt en dus even geen Bert heet, een grote grijns van Peter (3e keer) en een knuffel van Tom (2e keer). Mijn armen vallen uit de kom maar mijn hart gloeit ervan. Supporteren is zo leuk.

Als tegen vijf uur de bezemwagens passeren en de laatste uitgeputte lopers zich naar de finish slepen rol ik het spandoek op. Het is mooi geweest: 35000 lopers, 36 kilometer, 6 locaties, 1 schorre keel, 2 zere schouders en een voldaan gevoel. Gratis en voor niks, waar krijg je dat nog? In Den Haag natuurlijk!

P.S. Khalid Choukoud eindigt als tweede Nederlander iets minder dan 1 minuut achter Michel Butter en bijna 1 minuut voor Koen Raymaekers.

Advertenties
6 reacties leave one →
  1. 13 maart 2013 13:33

    En ook hier nog even een reactie. Geweldig stuk om te lezen, maar vooral geweldig dat je dit doet. Zo oprecht, zo fanatiek, zo enthousiast. Uren in de kou voor anderen. Ik zeg: jij hebt wel een gesponsord tripje naar het warme Rio verdiend! 🙂

  2. 11 maart 2013 09:12

    Prachtig verslag van mooie observaties van iemand die een medaille verdient voor lef om zo gemotiveerd te gaan supporteren bij dat weer. Ik vind het eigenlijk jammer dat ik daar niet liep langs dat kanjerspandoek.

    groetjes,

    Dorothé

    • 12 maart 2013 02:17

      Bedankt voor het compliment Dorothé. Als je meedoet aan de Vredesmarathon heb je grote kans om het kanjerspandoek in actie te zien. ; )

      • 12 maart 2013 15:12

        Hi Anne,

        We gaan eerst kijken of Leiden gaat lukken, dan hoeft Den Haag niet meer. Maar ik heb het idee dat ik je toch nog wel eens live ga ontmoeten.

        groetjes,

        Dorothé

  3. 10 maart 2013 22:44

    Morgen weer verder lezen dus. Ook al loop je niet mee, je weet er een prachtig verhaal van te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: