Spring naar inhoud

Ik durf het bijna niet te vragen… 24 uur Steenbergen

9 mei 2013

Ken je dat gevoel? Dat er zomaar ineens iets in je schoot geworpen krijgt. Iets waar je al lange tijd stiekem naar verlangt en dat nu plotseling werkelijkheid wordt. Dat gevoel dus. Ik voel het op 7 februari bij het lezen van een mailtje:

Hoi Anne,
Wil jij met mij mee naar Steenbergen om mij af en toe een broodje/gelletje/flesje/lief woordje toe te stoppen?
Liefs, Esther Dévilee.

Jippieeejaaaaaaaaa, natuurlijk wil ik met je mee naar het WK/EK/NK 24uur in Steenbergen!!!!!!

Zo gezegd zo gedaan. Terwijl Esther in de tussenliggende maanden traint op een schema dat haar langzaam maar zeker in topvorm brengt zodat ze precies op het juiste moment kan pieken, lig ik met laptop en chocola op de bank te bedenken wat ik haar tijdens de wedstrijd zoal te eten en te drinken kan geven.

Vierentwintig uur. Opgedeeld in halve uren. Dat zijn achtenveertig eet/drink momenten die door mij ingevuld moeten worden. Esther geeft aan wat haar voorkeur/afkeur is en daar ga ik mee aan de slag. Helemaal zelf het wiel uitvinden is niet nodig. Ik baseer me op Esthers eigen expertise, op bevriende ultralopers en de vele ervaringen van anderen (googelen en twitteren is geweldig) en voeg daar een scheutje van mezelf aan toe. Die achtenveertig momenten komen wel vol.

Party! Naast eten en drinken moet er een plek zijn vanwaaruit ik de verzorging regel. Dat vraagt om de aanschaf van een partytent maar gelukkig is daar Bob. Bob Stultiens die zelf meedoet aan de wedstrijd en een verzorgingsploeg heeft mét tent waar wij, ik, team Esther, ook onder mogen schuilen. Een waslijst aan spullen gaat mee. Slaapzak, lampjes, batterijen, reservebatterijen, pleisters, zonnebrandcreme, warmtepads, spandoek, bestek, telefoonnummers, een waterkoker en nog veeeeeeeel meer. Kleding vormt een hoofdstuk apart. Warm koud nat, in 24uur kan het allemaal gebeuren en elk weertype heeft z’n voor- en nadelen en specifieke kleding. Om over schoenen maar niet te spreken.

Afterparty. Na de overwinning – want natuurlijk bereikt Esther wat ze zich heeft voorgenomen – is het zaak om Esther zo snel mogelijk aan het ‘herstelinfuus’ te leggen of ze daar trek in heeft of niet (dit is voor ons beiden onbekend terrein). De organisatoren helpen een handje en bieden alle lopers aan het eind van de middag een diner aan. In de tussenliggende uren – de wedstrijd eindigt om 12.00u en het diner is om 16.30uur – doe ik m’n best om Esther te voorzien van de nodige eiwitten en koolhydraten. Als we mot krijgen krijgen we het dan.

Loopfeestje. Tijdens het rondjes draaien zo heeft Esther besloten, zal ze zich oveel mogelijk afsluiten voor haar omgeving. Ze propt haar oren vol muziek en creeërt daarmee haar eigen wereld waarin ik een handreiking ben. Letterlijk en figuurlijk: zodra ik Esther in het vizier krijg doe ik een greep uit het eet/drink assortiment en strek mijn armen uit zodat zij niet meer hoeft te doen dan het uit m’n handen te grijpen. Banaan, AA-drink, bouillon, drop, energierepen, water, water en nog eens water, zonnebrandcreme (alleen voor uitwendig gebruik!), thee, banaan, Tuc, avocado, gelletje, een handje paranoten, ontbijtkoek en nog veeeeeel meer.

Afgelopen jaren volgde ik de wedstrijd in Steenbergen al vooral vanwege Jannet Lange (alltime favorite) en Léonie natuurlijk. ‘s Nachts ging ik ieder uur m’n bed uit en kroop ik achter m’n pc om op de website te kijken naar een update van de rondes. Niks geen beelden, niks geen livestream, niks geen twitter (ik liep achter). Er was enkel een mogelijkheid om aanmoedigingen te versturen die vervolgens op een lichtkrant zouden verschijnen danwel werden omgeroepen door de dj. In werkelijkheid kwam daar niet veel van terecht, maar dat wist ik toen nog niet. Hoe fans dit jaar hun aanmoedigingen kunnen overbrengen is me geheel niet duidelijk – de organisatie heeft geen twitteraccount en er is geen wifi – dus is het maar goed dat ik zelf langs het parcours sta met m’n slimme telefoon en het kanjerspandoek.

Tijdens het schrijven van dit stukje kijk ik naar buiten: zon zonnig zonnigst. De verwachting is dat het weekend vooral regenachtig en winderig zal zijn. Tsja, zo gaat dat. We kunnen plannen tot we scheel zien en trainen tot we een ons wegen (Esther wel, ik duidelijk niet), uiteindelijk zijn we allemaal overgeleverd aan de goden.

We gaan het beleven. Vierentwintig uur op avontuur!

meenemen, spullen

P.S. De facebookers onder jullie: hier moet je wezen. Ik ben daar niet.

Oorpijn

4 mei 2013

startnummer

Startnummer 76. In plaats van speldjes neem ik een overschrijfformulier mee. In het geval dat m’n grote teen volgende week nog niet genoeg hersteld is kan een ander met ‘Anne’ op z’n buik lopen.

In het gunstigste geval heeft die ander pech en sta ik op Hemelvaartsdag zelf in het startvak. Aan het genezingsproces valt voor mij niet veel meer te doen, het is nu een kwestie van…. tijd.

En durf. Durf om onbevreesd te lopen. Niet bij elke stap naar de grond kijken, niet bij elke stap m’n voeten overdreven hoog optillen. Gewoon. Lopen.

markt, delft

Het parcours bestaat uit klinkers en asfalt. Op de Markt hebben de stratenmakers hun best gedaan, het is een mix van smalle klinkertjes die de ene meter linksom liggen en de andere meter rechtsom. Ongelijk en ongelukkig. In de straten eromheen liggen afgesleten rozerode klinkers van ouderwets groot formaat met een ruime voeg ertussen. Die worden gevolgd door nieuwe (kleinere) klinkers nog strak in ‘t verband en die worden weer gevolgd door een gedeelte met van die dikke ruwe betonklinkers. Verderop heeft gemeente Delft gekozen voor asfalt. Mooi strak glad wegdek gaat over in ‘gewoon’ asfalt met om de zoveel meter een verkeersdrempel. Een enkel gedeelte heeft wat steenslag maar daar valt omheen te lopen. Op die paar honderd meter van de Markt na is het denkelijk best te doen op blote voeten.

Moet ik wel eerst de pijn van die teen uit m’n lijf en uit m’n oren krijgen.

beterschap

Shell shock?

29 april 2013

Zondag 21 april 2013. Ik lees de nieuwste blogpost van Jesse Koeckhoven die zich afvraagt wat schelpenbeton in de Kennemerduinen te zoeken heeft. Omdat Jesse niet direct een foto bij de hand heeft, stuur ik hem deze foto die ik maakte van dit wandelpad in het Haagse Bos.

schelpenpad, vers gestort 2, haagse bos 1 maart 2013

“Lijkt het hier op?” vraag ik Jesse. Zijn antwoord: “Ja, zo zag het er inderdaad uit.” Ik schrik me een hoedje (ik dacht dat het modder was, kan het cement zijn?) en klim direct in m’n toetsenbord om @boswachterJenny ter verantwoording te roepen: “Zijn de nieuwe wandelpaden #shellcrete en zo ja, waarom?” Jenny twittert geruststellend: “Paden zijn van kleischelpen. Dit wordt al heel lang in het Haagse Bos gebruikt. Natuurlijk materiaal en het knispert onder je voeten.”

Dat moet ik met eigen ogen zien. Omdat ik mijn route verlegd heb naar een ander pad, is mijn herinnering er een van een decimeter dik pak natte donkergrijze schelpen. Om eens een cliché-uitdrukking te bezigen ‘wat schetst mijn verbazing’ als ik zie dat die dikke massa verdwenen is. In de 8 tussenliggende weken (onderstaande foto is van 24 april, bovenstaande foto is van 1 maart) is het opgedroogd en ingeklonken en omgetoverd tot een luchtig lichtgrijsblauw en uitnodigend wandelpad zoals ik gewend ben te zien.

, 24 april 2013

Dolblij kan ik nu dus melden dat er in het Haagse Bos geen, ik herhaal, géén schelpenbeton te vinden is!

Nu wil ik vanzelfsprekend ook zekerheid over het pad in de Kennemerduinen waar Jesse over sprak. Heeft Jesse zich vergist zoals ik me inderhaast vergiste? Na druk heen en weer getwitter lijkt de term schelpenbeton inderdaad niet juist te zijn: ook in de Kennemerduinen wordt ouderwets gestrooid met kleischelpen.

Eerst zien dan geloven? Onderstaande mooie foto maakte Jesse op 28 april.

Schotse hooglander, Kennemerduinen, 28 apr 2013

P.S. Dat ik mijn voeten niet aan natte schelpenmix wilde blootstellen lijkt me logisch, maar er is niets dat me ervan weerhoudt om het eens te proberen nu de klei is opgedroogd. Nou ja, niets… een miljard scherpe schelpscherfjes lijken me reden genoeg om met dit experiment te wachten totdat er zich onder mijn voetzolen een klein wonder heeft voltrokken.

schelpenpad, vers, close up, 1 maart 2013 24 april 2013

Positieve negative split

26 april 2013

“Hee Bert! Kijk die dan!” De ene wegwerker gebaart naar de andere dat ‘ie vooral zijn graafwerkzaamheden even moet stoppen om te zien hoe ik door de plassen langs hen heen trippel. Op blote voeten. Ooit – in een ver en minder grijs verleden – werd er naar me gefloten als ik een bouwplaats passeerde. Verlegen als ik was vond ik dat soort aandacht vreselijk genant, maar deze nieuwe aandacht kan ik hebben. Extra vrolijk zwaai ik naar ze, blij dat het mij vergund is om vrij door de regen te rennen en ik niet hoef rond te klossen in loodzware werkschoenen.

rijplaten, 26 apr 2013

Eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat dit trainingsrondje er een is van twee helften. Bij vertrek draag ik wel degelijk degelijke hardloopschoenen. De reden voor deze keuze is dat het een stadsrondje wordt (ik heb geen zin om eerst een half uur door de zeikregen naar het bos te fietsen naar waar de betonplaten liggen) en omdat ik niet uit m’n hoofd weet welk soort bestrating ik tegenkom neem ik dus het zekere voor het onzekere.

Hotsamme, m’n handen vriezen er zowat af zo koud is het. Kan iemand daar niet iets warms voor uitvinden? Misschien iets á la vff’s maar dan voor je vingers in plaats van voor je tenen. O wacht, handschoenen… duh.

Korte passen, lage snelheid(!), hoge frequentie, knieën naar buiten, tenen ontspannen, buikspieren licht aanspannen, bovenlijf recht, armen laag in tegenstelling tot mondhoeken, die kunnen niet hoog genoeg. Ik loop heerlijk, de vff speed is mijn allerfavorietste paar schoenen maar toch mis ik iets. Grondcontact. Feedback. De signalen die door m’n gevoelszenuwen vanuit m’n voetzolen naar m’n hersens en weer terug gestuurd worden ontbreken. Natuurlijk voel ik het verschil nog wel tussen asfalt of klinkers, maar het is beduidend minder. Wie had dat gedacht, dat zelfs het 4mm dunne zooltje van vff te dik kan zijn. Hoe ongevoelig moet het zijn om – zoals ik tot kortgeleden deed – op reguliere hardloopschoenen te lopen. Huuu, ik moet er niet aan dénken.

Na 20 frisse minuten van de eerste helft heb ik er genoeg van. Uit gaan ze, in de rugtas ermee. Hatsjekiedee zo voelt het beter: met de W van stampen gaan niet drie vingers maar wel tien tenen de lucht in. De route bestaat voornamelijk uit asfalt en stoeptegels dus geen enkel probleem om over te lopen. Dat het regent maakt het nóg lekkerder: het water vormt een soort van beschermend laagje om m’n huid en kleine steentjes en ‘ongerechtigheden’ worden bij elke stap als vanzelf afgespoeld. Feestje!

Halverwege de terugweg ligt over de volle lengte en bijna volle breedte de straat opengebroken. Wegwerkzaamheden: over een paar maanden ligt hier een prachtig nieuw wegdek waar nu een zandbak is. Liefst zou ik dwars door die zandbak crossen maar hekwerk en de aanwezigheid van stoere mannen in oranje hesjes houden me tegen. Braaf gebruik ik de smalle strook die voor fietsers en voetgangers is gereserveerd. Rijplaten! Lekker glad en zacht. Laat de trailrunners hun goddelijke gang maar gaan in België, ik loop hier mijn eigen Bouillonnante. (Welgeteld 5 hele passen, meer zand ligt er niet.)

rijplaten, close up zand, wegenaanleg

Zo tegen de tijd dat thuis in zicht komt constateer ik dat ik bezig ben aan een negative split en die ontdekking levert me inwendig twee schouderklopjes op. Eén omdat ik m’n krachten goed verdeeld heb en één omdat ik slim genoeg was om m’n schoenen uit te doen. Zo leidt dit onverwachte stadsloopje tot een even onverwacht positief resultaat.

Op voeten

22 april 2013

haagse bosanemoontjesIk zeg “Blootsvoets lopen op harde ondergrond bevalt me.”

Huh? Wat? Anne, ben je van je tak gevallen soms? Ben jij de Anne die zo hoog opgeeft over crossen en bospaadjes, dol op strand en ruiterpad. Ben jij de Anne die beweert dat haar hersens in coma schieten bij het zien van asfalt?

Ik herhaal “Blootsvoets lopen op harde ondergrond bevalt me wel.”

Ja maar Anne, ben je vergeten hoe het voelt om dwars door het groen te struinen? De zoete lucht van bosanemoontjes in je neus, het geritsel van bladeren boven je hoofd en een zachtverend bed van houtsnippers onder je voeten.

Ben je wel helemaal lekker?

Nog maar een keer dan “Blootsvoets lopen op harde ondergrond bevalt uitstekend.”

Zeg Anne, nou moet je ophouden hoor. Asfalt is voor auto’s en daarmee uit.

voetzolenMet volle teugen en op blote voeten genietend van het warmende effect dat het lentezonnetje op het asfalt heeft, wijk ik uit om ruimte te geven aan ‘het ideale gezin’ dat me tegemoet komt. Een moeder met stralende ogen en krullen die dansen, vader met gespierde armen trekt een bolderkar (wie herinnert zich nog de gelijknamige affaire) met daarin hun zoontje. In het voorbijgaan leunt het jongetje met blozende snoet lachend over de zijkant van de kar, zijn gestrekte arm eindigt in een priemende vinger die mijn kant op wijst.

Boven het geratel van de wielen uit klinkt zijn stem, helder als een sneeuwklokje: “Kijk papa! Die mevrouw, die loopt op voeten.”

Overstekend wild

17 april 2013

Jut en Jul doen een dagje marathon. Onbekend met de fijne kneepjes van het parcours zijn ze aan de verkeerde kant van de weg beland. Wat nu? Gekleed in identieke jacks – ‘sportief ogend’ had de verkoper gezegd – steken ze over, elektrische city-bike aan de hand. Dat de rol van Mozes niet voor iedereen is weggelegd moge duidelijk zijn: van een vrije doorgang is geen sprake. Lopers breken zich zowat de benen tussen de draaiende spaken maar Jut en Jul laten zich niet opnaaien. Een leven lang hard gewerkt (Rotterdammers) en belasting betaald maakt de weg tot hun persoonlijk eigendom en als zij willen oversteken houden geen 10.000 lopers hen tegen. Ik houd mijn hart vast en wend mijn blik af, voor ramptoerist ben ik niet in de wieg gelegd.

kikker 2 kikker 1

Diezelfde avond hadden jonge kikkers in het Haagse Bos minder geluk. Zich van geen kwaad bewust hopten ze van de sloot naar het bos en terug, in dit geval blijken zij de dwarsliggers. Tussen hun heen en hun weer ligt het fietspad, zo druk als de A2 in de avondspits. De arme kikkers (het kunnen ook padden zijn) hebben geen schijn van kans. De ramptoerist heeft hier een andere benaming: natuurvorser.

fietspad en knotwilgen ondergrond, paddenoversteek

Even verderop hebben de hoppertjes vrije doorgang via hun eigen tunneltje en ondanks dat er veel wielrenners zijn, is er bovengronds nergens een geplette pad of kikkerlijkje te bespeuren. Het beton-beton-betonplatenfietspad is langzamerhand mijn tweede thuis aan het worden. In de twee maanden dat ik blootsvoets train ben ik van nog geen 1200 meter naar 4000 meter opgeschoten en de keren dat ik heen en weer liep zijn niet meer op vingers en tenen te tellen. Zo vaak kom ik hier dat het echtpaar Waterhoen zich door mijn aanwezigheid niet langer laat storen en de Man met Pet en Paard groet vriendelijk “tot de volgende keer”. Niets te vrezen of het zou moeten zijn dat ik m’n benen breek over een golfster. Een wat? Een golfster. Je weet wel: de vrouwelijke variant van een golfer, daar stikt het hier van. Links van mijn parcours ligt een halve golfbaan en rechts bevindt zich de andere helft. Dat betekent dat de sportieve dames van zekere leeftijd uit het Wassenaarse op weg van de ene hole naar de andere tee het fietspad moeten kruisen, hun kostbare clubs in grote tassen op wieltjes achter zich aan sleurend. Mij keuren ze geen blik waardig, dat spreekt voor zich. Zo’n bezwete hardloper is vast niet hygiënisch, en ook nog eens op blote voeten. Geen cent te makken natuurlijk anders droeg ze wel een fatsoenlijk paar schoenen. Ik hoor het ze zeggen: “Dat soort lui, daar laten we ons niet mee in Eugénie.” “Wat je zegt Constance”.

Ondertussen ren ik. Langs man en paard, voorbij waterhem en waterhaar, over bruggetje 1, 2 en 3, achter Eugénie en voor Constance, langs de onbekende wielrenner, over pad- en kikkerviaduct en omgekeerd weer terug. Iedereen en allerlei kruist mijn pad, maar over een maandje maak ik zelf een oversteek, van verhard naar onverhard, deze wilde voeten gaan het strand op. Ramptoeristen komt dat zien!

Hnnngrhmpfff!!! Shin splints in de gloria.

4 april 2013

shin splint pain

“Nu even je best doen om niet te gillen”, klinkt de stem van mijn vriendelijke fysio in m’n oren. In reactie druk ik allebei m’n vuisten in m’n mond. Overdreven? Helemaal niet! Ik weet namelijk wat er komen gaat en hoe moeilijk het is om dat beschaafd glimlachend te ondergaan als was het een theekransje. Liggend op m’n zij bied ik geheel vrijwillig(!) mijn linkerbeen aan als offerande: voor jou, doe ermee wat je goeddunkt. Hnnngrhmpfff!!! sijpelt het tussen m’n samengeknepen vingers door terwijl zij – onschuldig uit haar grote blauwe ogen kijkend – mijn kuitspier los van het botvlies pelt. Ooit met je handen de schil van een sinaasappel getrokken? Nou zo voelt het, zo klinkt het: scherp en scheurend. De enige troost: zodra ze m’n been loslaat is de pijn direct weg. Het grote nadeel: het moet drie keer herhaald.

De reden van het verzoek om niet te gillen is niet omdat het niet mag, maar omdat we ons dit keer niet in een behandelkamertje bevinden maar in de gymzaal waar ook anderen werken aan hun herstel. Voor wie het niet weet ‘hier’ is de afdeling sportfysio en -revalidatie van het Bronovo Ziekenhuis. De revalidanten (is dat een woord?) zijn divers, van hoogbejaarde patiënten die oefenen om uit hun rolstoel te komen tot atleten die bijv. een kruisbandoperatie achter de rug hebben en van COPD’ers met hun groene zuurstofslangetjes achter zich aan tot recreanten zoals ik. We vertegenwoordigen alle leeftijden, alle soorten en alle maten. Eén ding hebben we gemeen: we willen zo snel mogelijk op de been.

Zo snel mogelijk blijkt in mijn geval 12 weken te zijn, maar dat weten we bij de eerste behandeling op 11 januari nog niet. In deze 3 maanden hebben we eerst alle klachten onderzocht (knijpen, kneden, prikken en porren), daarna de diagnose gesteld (shin splints = simpel gezegd: verkleving van spiervezels aan het botvlies) en vervolgens zijn we gaan behandelen. Ik zeg ‘we’ omdat het een proces is waarbij de fysio en ikzelf evenveel aandeel in hebben. Zij met haar expertise en ik met mijn praktijkervaring. Voorwaarde voor succesvolle behandeling is er alleen als we allebei open en duidelijk zijn over alles wat zich gaandeweg voordoet. Zo was ik eerlijk in mijn streven naar blootsvoets lopen en het opbiechten van de workshop met Wouter Buist en zo was zij duidelijk in het managen van het verwachtingspatroon.
De eerste weken bestaan vooral uit massage en loswrikken (mijn term) en langzaamaan komen daar oefeningen bij (langzaam rekken). Ook mag ik op de loopband in rustig tempo van 1 minuut uitbouwen naar series van 2 en 3 minuten. De massages nemen steeds minder tijd in beslag ik mag buiten lopen tot zelfs 3x per week. De oefeningen worden uitgebreid met kuitheffen, balanceren, step down en lunges. Met name de step down bracht een 2e euvel aan het licht: m’n rechterknie buigt behoorlijk naar binnen. Dat doet ‘ie al zolang ik leef dus ik weet niet beter dan dat het zo hoort. Gelukkig is daar dan weer de fysio om me het rechte pad te wijzen. “Elke beweging heeft een ketenwerking Anne, als een van de schakels niet goed zit heeft dat effect op de hele ketting.” Voor mijn geestesoog verandert ze in de pinnige roodharige Ann Robinson “You are the weakest link, goodbye.” Van schrik raak ik de tel kwijt, was dit de 7e of de 8e step down? Gelukkig zit Ann Robinson alleen tussen mijn oren. De werkelijkheid lacht me vriendelijk toe en moedigt aan: “Je bent er bijna, nog eentje.”

spier 1a, ontspannen spier 2a, verkort spier 3a, opgerekt spier 1a, ontspannen

Spiervezels: van Blije Bundel in ontspannen toestand, naar Dik Trom in verkorte hardloopstand, naar Edvard Munch in overrekking en weer terug naar de Blije Bundel. De truc is om niet te sterk te rekken, maar juist rustig en langzaam van stand 2 naar stand 3 te gaan waarbij de spier zelf aangeeft wanneer de ontspannen toestand is bereikt. Het kan best een tot twee minuten duren voor het zover is.

Om een extra steentje bij te dragen ga ik op rustdagen naar Bikram yoga. Dat is een vorm van yoga die bij uitstek goed is bij revalidatie. In een bloedhete zaal train ik de houdingen, telkens dezelfde vaste serie. Als ik heel stil ben hoor ik m’n pezen en spiervezels zachtjes zoemen. Zij blij, ik blij, fysio blij. Een verkoudheid en een griepweek zorgen voor een pauze en de bijbehorende terugval, maar wonder boven wonder is er ineens ook een doorbraak. Het lopen gaat zorgeloos, de spiervezels geven zich eindelijk gewonnen en m’n knieën herkennen zowaar de signalen uit m’n hersens – proprioceptie – en vice vers.a

kniebuiging 1, rechtstand kniebuiging 2, smal kniebuiging 3, breed

Van foto 2 (schuin) naar foto 3 (recht vooruit) scheelt zowaar 8cm. Eens te meer bewijs dat een plaatje meer zegt dan duizend woorden. Op de Frunning blogpagina vind je een link naar een artikel van IRunFar over de voordelen van een wijdere pas.

Aan het eind van onze wekelijkse sessie komen we gezamenlijk tot de conclusie dat m’n kuiten voldoende genezen zijn. Shin splints is een blessure die bij mij altijd op de loer zal liggen, maar met (voorlopig  nog) wekelijkse controle en onder voorwaarde dat ik het programma van oefeningen, rustig rekken en yoga vasthoud is het verantwoord om aan de slag te gaan met een opbouwschema. De nieuwe uitdaging? M’n gebrekkige conditie.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

%d bloggers like this: