Spring naar inhoud

Ik loop dus ben ik wat

26 mei 2012

“Waarvoor doe je het?” De steller van deze vraag informeerde niet zozeer naar het waarom van mijn hardloopinspanningen maar naar het waartoe. Wat wil je ermee bereiken, oftewel welk doel heb je voor ogen. Toen ik een antwoord niet direct paraat had, ben ik er naar op zoek gegaan en dit is wat ik vond.

De reden dat ik startte met sporten is dat ik het spuugzat was om als een dik bintje op de bank te hangen met in een hand de afstandbediening van de tv en in de andere een zak chips of reep chocola. Dankzij twee tennis-zonder-te-tennissen-ellebogen werd het sporten beperkt tot hardlopen. Dat ik ben blíjven hardlopen is omdat ik te trots ben om het op te geven. Omdat ik energie put uit competitie, omdat ik ontzaglijk geniet van het buiten-zijn en hoe mijn hoofd er leeg van wordt.

Dat is waarom ik loop, maar het is niet de hele waarheid. Er is meer. Ik wil verder lopen. Ik wil ver lopen. Ik wil ultralopen. Of nee, nee het is anders. Ik wil hardlopen. Harder lopen. Snoeisnel keihard lopen. Nee, wacht. Nou heb ik het, ik wil in het bos lopen, veldlopen, in de winter in slecht weer lopen, modderstampen, blootsvoets baggeren. Ik wil crossen! Ja, dat is het. En goed. Ik wil goed lopen. Mooi, technisch, soepel, strak en atletisch. Ik wil een ultrasnellecrossatleet zijn.

Ja, dat is wat ik wil zijn. Voor het gemak sla ik het onderdeel ‘worden‘ even over. Dat gaat heel eenvoudig. Gewoon geen aandacht aan schenken. Lekker verdringen, de jarenlange toewijding, de offers, de moeizame langdurige pijnlijke zelfdiscipline-eisende trainingsarbeid die echte atleten dagelijks verrichten. Dat geldt toch zeker niet voor mij. Je bent wat je denkt. Ultra. Snel. Cross. Atleet. Niets voor hoeven doen. Niks voor hoeven laten.

Hahaha, wishful thinking. Je bent een ultrasnellefantast. Een Barones von Münchhausen.

Nou ja, gun mij m’n dagdromen. Ik ben ook maar een mens. Een ‘vooruit laat ik ook eens aan mijn gezondheid werken’ oudere-jongere. Een hollandswelvarende vrouw van achterin de veertig. Een bijna midlifer. Een pre-pre-pre-pensionada. Over the hill and far away…

Ja, ja het is al goed. Een excuustruus en een smoesloes dat ben je. Een watje. Een roeptoeter. Een laatmaarwaaien proefballonnetje.

Okee. Okee. Vooruit dan maar. Het is niet anders. Ik kan er niet onderuit. De waarheid onder ogen zien. Erkennen wat iedereen allang weet en ziet. Ik geef het toe. Wat ik ben? Ik ben niets meer of minder dan een te laat begonnen, over-ambitieuze, talentloze, over-enthousiaste, sub-conditionele, vrolijke, af en toe of net te weinig-trainende, zelfmotiverende, kilo of wat te zware, goedbedoelende, competitieve maar toch vooral recreatieve, doodgewone jogger…

Geen ultrasnellecrossatleet dus, maar gelukkig ook géén bintje!

Gat

2 mei 2012

Inspiratie ontbreekt me al enige tijd. Zodra ik ‘m weer te pakken heb, ben ik terug.

Met Jan op reis

7 april 2012

Jan Knippenberg Memorial 2012

“Hée, niet wiebelen!”, roept het in hotpants gestoken meisje tegen haar vriendin die bij haar achterop de brommer zit. De brommer maakt een onverwachte slinger naar links en de meiden gillen het uit. Deels van schrik, deels van plezier. Het centrum van de stad is druk met uitgaand grut en ik doe mijn best om er tussendoor te fietsen zonder zo’n halfbeschonken kind te raken.

Eenmaal voorbij de Herenstraat en het Centraal Station wordt het stil, richting Scheveningen. Ik bedenk me dat het een raar idee is: aan de andere kant van de duinen wordt al zo’n twee uur gelopen op weg naar Den Helder terwijl de jongeren in de binnenstad – compleet onbewust - feestvieren. Werelden die zó kunnen verschillen en toch dezelfde zijn. Op het moment dat ik hier fiets, zij daar lopen, hullie daar zuipen, wordt in DR Congo een vrouw in haar slaap overvallen door een groep ‘soldaten’. Gebruikmakend van hun uzi’s en kapmessen wordt ze herhaaldelijk en onbeschrijflijk bruut verkracht. Op sterven na dood, haar onderlichaam totaal verwoest, laten ze haar achter. Haar zevenjarig zoontje nemen ze mee, een kindsoldaat in de dop die over een jaar of wat zelf ook willekeurig vrouwen verkracht, verminkt, vermoordt.

Op het strand lopen de ultra’s in hun eigen werkelijkheid. Druilerig weer, wind, geraas van de golven, nacht, zand. Veel zand. Mul zand.

Met de bioscoop en het Schevenings casino achter me, slaat de stilte toe. Zo’n vijfhonderd meter noordelijk van de Pier ga ik het strand op. Links de felle lichten van het Kurhaus en de gigagrote flatscreenschermen(!) op de boulevard. Een heel stuk verder naar rechts weet ik, de verzorgingspost bij de Wassenaarse Slag en lichtjes van Katwijk.
Even telefonisch contact met Peter Kamermans die met vrijwilligers de verzorgingspost runt bij de Haven. Hij meldt dat de koplopers Geert en Rut hun al gepasseerd zijn. Opletten dus! Ik tuur het strand af en merk dat het lastig is om ook maar iets te kunnen onderscheiden. Waar zijn ze? Het lijkt wel of ik aan het puzzelen ben. Je weet wel, zo’n legpuzzel waarbij je de keuze hebt tussen stukjes blauwe lucht en stukjes blauwe lucht. Zoiets maar dan in het donker. Zwart en zwarter. Verrek, dat stukje zwart beweegt! Ineens zie ik ze, twee ninja’s langs de vloedlijn. Als een op hol geslagen fluorgele banshee met hoofdlampje ren ik al gillend door het mulle zand hun richting op. ”Kom op JKM, goede reis!” Ze nakijkend ontwaar ik nog net de opgestoken hand van de achterste ninja ten teken dat hij me gehoord heeft. Wat is dit leuk!!! Echt waar, hier op het strand gebeurt het. Ik zou met niemand willen ruilen, meteen gaan huilen, als ik hier niet bij zou zijn… (oeps).

Nu ik weet hoe de lopende puzzelstukjes eruit zien, lukt het me om de volgende lopers te zien aankomen. Lang niet alle lopers dragen zichtbare lampjes of fluoriscerende kleding. Namen heb ik op een briefje staan, maar startnummers zie ik niet en gezichten zijn voor mij onbekend.

De eerste vrouw! Léonie van den Haak. Niet zomaar iemand! Een piepklein stukje loop ik met haar mee. Net echt. Goede reis, Léonie.

Zo’n strand in het donker is aantrekkelijk, maar niet zonder risico. Er ligt hier een flinke zandbank en niet alle lopers realiseren zich dat. De zee links, dan de zandbank met rechts daarvan een steeds dieper wordende geul en nog meer naar rechts het strand. Ik posteer me ergens halverwege de zandbank en de geul zodat ik de lopers op de zandbank kan waarschuwen.

Das Herz mir im Leib entbrennte,
Da hab’ich mir heimlich gedacht:
Ach wer da mitreisen könnte
In der prächtigen Sommernacht!

De JKM is een internationale gebeurtenis en ter ere daarvan bovenstaand couplet*, voor de enige Duitse deelnemers, Raimund Slabon die me al zwoegend door het zand toevertrouwt dat het toch wel een verrekte zware tocht is, zo over het strand. Ja, dat is het zeker maar “Sie werden es schaffen Raimund, gute reise!” (complimentje voor mezelf dat ik NIET de flauwe grap heb gemaakt van “immer gerade aus”.)

Een voor een trekken de ultra’s voorbij. Onlangs nog finishte ze als eerste vrouw bij de Indoor Marathon in Amersfoort: Wilma Dierkx, de vriendelijkheid zelve. Al lopend maken we een praatje, alsof het een zomerdag is en we gemoedelijk in een parkje wandelen. Wonderlijke ontmoetingen. Wat een feest!

Links en rechts passeren de ninja’s. Applaus en goede reis is al dat ik ze kan meegeven op hun lange tocht naar Den Helder. Na nog een telefoontje met de verzorgingspost bij de Haven weet ik dat de laatste loper me gauw zal bereiken. Het is Jenni de Groot, die vertelt dat ze bij de strandop- en afgang tot twee keer toe verkeerd liep en daardoor enigszins van slag raakte. Gelukkig is ze nu, om iets over half drie, op de juiste weg.

 

Dag Jenni, dag strand, dag golven, dag Jan Knippenberg.

Langs het stille Malieveld waar op 11 maart nog de CPC finishte, fiets ik m’n eigen wereld binnen. Het vuil, de stad en de dood. In de wetenschap dat er in welke parallelle wereld ook, ergens door iemand hardgelopen wordt, kruip ik mijn bed in. Met mijn ogen dicht loop ik mee, op reis in mijn eigen JKM.

Een andere Jan ging ook met Jan op reis. Lees maar, hier.

 
*Deze regels komen uit het gedicht Sehnsucht (1834) van Joseph von Eichendorff (1788-1857). Het gedicht vat het programma van de romantici nog eens kernachtig samen: de schoonheid van de ongerepte natuur, het verlangen om erop uit te kunnen trekken, wegdromen in een fantasielandschap bij maneschijn en heimwee naar het verlaten vaderland.

Rotterdam en de Buitensportersbelasting

1 april 2012

Over de Rotterdam Marathon en gemeentelijke heffingen is te lezen op http://anneloopttegendebierkaai.wordpress.com

Coopertest

26 maart 2012
  • Nationaal Kampioen D-junioren Discuswerpen Glenn Kunst, 12 jaar, doet mee aan de Coopertest en loopt in 12 minuten 3285 meter.
  • Nationaal Kampioen HardloopBloggen en Cultuurbarbaar Fred van der Gon Netscher, 64 jaar, doet mee aan de Coopertest en loopt in 12 minuten 2530 meter.
  • Nationaal Kampioen Slakkengang ikzelf in hoogsteigen persoon, 48 jaar, doe mee aan diezelfde Coopertest en loop in 12 minuten 1860 meter.

Wat voorafging

Zenuwen. Heb ik anders nooit, maar vandaag dus wel. Met moeite drie armetierige stukjes brood weggekauwd. Onderweg naar de atletiekbaan fiets ik een volle vuilniszak zwerfafval bij elkaar (het ligt op mijn pad dus raap ik het op).

Na het aanmoedigen van de junioren en de oudere-jongeren neem ik keurig de tijd om uitgebreid warm te lopen in de duinen achter het sportcomplex. Dat ik nog steeds zenuwachtig ben kan ik makkelijk aflezen op de hartslagmeter, zo’n 10 slagen hoger dan gebruikelijk.

Sneller dan me lief is hoor ik de speaker zeggen dat het tijd is. Ik ga de baan op met voor het eerst een doordacht plan van aanpak: in D1 beginnen en dat twee rondes vasthouden, bij het uitkomen van de bocht op het rechte stuk voor de klok telkens iets versnellen. Bij het ingaan van de derde ronde dat snellere tempo vasthouden en op het rechte stuk opnieuw versnellen. Dat tempo weer vasthouden en op het rechte stuk nogmaals versnellen. Dan in de laatste minuten nog een versnelling en de laatste seconden alles uit de kast. Heb ik niet zelf bedacht, maar is me ingefluisterd door een ervaren trainer. Afgaande op de afgelopen trainingsperiode is vierenhalf rondje een redelijke schatting.

Drie passen na het startsignaal zijn de andere deelnemers de bocht al om en loop ik naast Corrie. Zij wandelt fit. Zij fitwandelt. Zij doet aan fitwandelen. Héél fit wandelen mag ik wel zeggen (1838 meter!) Nou kan ik wel aanvoeren dat zij in een superhoog tempo wandelt en dat ik bloedarmoede heb en bijna een jaar uit de running ben geweest enzovoort, enzosmoes en dat is ook zo, maar het blijft een schrale troost. Hardlopend achter een wandelaarster aan…. het is wat. Met enige moeite(!) lukt het me om na het tweede rondje genoeg te versnellen zodat ik Corrie kan inhalen en voorblijf. Krap. Nee niet knap, kRap met een r.

Onderweg word ik gesteund door de aanmoedigingen van Fred en door Glenn die zo aardig is om foto’s te maken. Ik voel me vereerd om de Nationaal Kampioen Discuswerpen als persoonlijk fotograaf te hebben.

Ergens raak ik de tel kwijt. Het voordeel van rondjes lopen is dat ik mezelf kan wijsmaken dat ik de voorste ben. (Altijd naar je toe redeneren.) Nadeel ervan is dat m’n hersens gedeeltelijk ‘de geest geven’ en het lichaam overschakelt op de automatische piloot. Sommigen zullen daarin juist een voordeel zien.

De speaker roept “nog drie minuten” dus ik gooi er nog een klein schepje bovenop. Niet alles ineens want ik weet inmiddels dat drie minuten langer is dan het klinkt. Nog twee minuten. Dat gaat lukken, ietsiepietsie versnellen weer. Nog 1 minuut, vasthouden nu. “Nog 30 seconden”, alles uit de kast (lege planken), mond wagenwijd open. “Nog 10″, hijg in hijg uit. “Nog 5″, sprinten. “Nog 1 seconde en STOP.”

Ik imiteer een stastokje stokstaartje. Fotograaf Glenn is dichtbij en legt het moment prachtig vast.

Achttienhonderdenzestig meter. Vierenhalf rondje. Stiekem had ik natuurlijk op meer gehoopt, maar dit is mijn conditie zoals ‘ie is. Van hieruit vertrek ik.

Waar naartoe?

Wacht maar af…..

.

Van de sprinkhaan en de slak

17 maart 2012

“Waar krijg jij energie van?” is zo ongeveer de meest voorkomende vraag die gesteld wordt aan de moedeloze medemens die is aangespoeld bij een van de ruim twintigduizend(!) coaches die Nederland schijnt te tellen. De vraag is bedoeld om mensen uit hun negatieve gedachten te trekken, op een positief spoor te zetten, waarna ze zelf weer vooruit kunnen. Hartstikke simpel, vaak effectief.

Een definitie van energie is “kracht waarmee men iets doet, naar iets streeft”. Meer kracht = meer energie = een grotere kans om dat wat wordt nagestreefd te bereiken. Kracht kan geestelijk zijn (wilskracht, veerkracht) of lichamelijk (gestel, spierkracht). Sommige mensen hebben het van nature, anderen werken er zich het schompes voor. Sommigen streven naar wereldheerschappij, anderen streven naar zelfbeheersing. Een enkeling naar allebei. Hartstikke moeilijk, dat laatste gelukkig vaak mislukt.

Om energie te produceren is voeding nodig. Bietensap, volkorenbrood, bananen, noem maar op. Ieder voedt zich met wat ‘ie denkt nodig te hebben om naar vermogen te kunnen presteren. Bij mijn eerste pasjes in 2009 propte ik me nog vol met peperkoek, rozijnen, appelstroop en sportdrank. Wist ik veel. Tegenwoordig loop ik ‘s ochtends soms nuchter de deur uit om pas na een duurloopje uitgebreid te ontbijten. Weet ik veel.

Voeding voor mijn innerlijke slak haal ik uit het meedoen aan wedstrijden. Als bijna laatste eindigen met het voornemen om volgende keer een plaatsje naar voren op te schuiven, op jacht naar een pr. Wat ook werkt is zien hoe anderen schijnbaar moeiteloos winnen of hoeveel moeite het hen kost om tóch te finishen.

 Lezen over techniek, over trainingsmethoden, over blessures, over dromen. Ervaren welke valkuilen ik voor mezelf graaf en hoe ze te ontwijken.

Uithoudingsvermogen kan niet zonder vastbeslotenheid en vice versa. Oefenen van het een, versterkt automatisch het ander. Dat doet me denken aan oosterse vechtkunst en aan David ‘grasshopper’ Carradine, de in 2009 overleden acteur uit de serie Kung Fu. Jarenlange training en ontbering in het Shaolin klooster diende als voorbereiding op de mentale uitdagingen die hij als volwassen monnik het hoofd moest bieden. Als prille tiener smulde ik ervan. Niet alleen omdat David Carradine er zo prachtig uitzag, ook omdat de beelden van de ‘lone wolf’ appelleerden aan mijn innerlijke drang naar vrijheid en autonomie.

.

Het zal weer eens geen toeval zijn dat er van zijn hand een blog te lezen is getiteld ‘Notes from the Barefoot Legend’.

In één sprong van de sprinkhaan verbinden mijn hersens de jeugdsentimentele romantiek met het hedendaags hardlopen. Raar maar waar.

Aus der reihe…

15 maart 2012

Voor de rupsjesnooitgenoeg is er nu een tweede blog, daar schrijf ik vooral over mijn belevenissen met het opruimen van zwerfafval. Het is getiteld anneloopttegendebierkaai

Zo blijft annelooptlangzaamhard enigszins ’verschoond’ van de schillen en de doozen.

Een tweede blog. Ik sta er zelf versteld van. Misschien is het de start van een serie “anneloopt….” zoals ik me herinner van de Enid Blyton boekjes die ik vroeger verslond: Pity naar kostschool, Pity’s tweede kostschooljaar, Pity in de derde, Pity als vierdeklasser, Pity’s vijfde kostschooljaar, Pity’s laatste kostschooljaar. Een serie die bij voorbaat ten dode was opgeschreven want een mens kan nu eenmaal niet eeuwig op kostschool zitten.
Nee, dan had Horst Tappert het beter voor elkaar. Aus der reihe… Derrick werden 281 afleveringen gemaakt, in 25 jaar. De eerste aflevering was getiteld ‘Waldweg’, in het Nederlands ‘Bosweg’.  Dat kan geen toeval zijn.

Reacties zijn ook op het nieuwe blog van harte welkom. Ondertussen loop ik nog steeds langzaam hard.

Zwemmen en ander ongemak

12 maart 2012

Vroegâh… toen ik jong was, toen alles beter leek te wezen en dagen bestonden uit een aaneengeregen sliert van schoolvakanties, altijd zon, verstoppertje of tikkertje spelen en op woensdagen thuis smullen bij – wie herinnert zich nog – “moeders patatkraam“.

Jongens, patat!

Vroegâh dus, was ik gek op zwemmen. Zo gek zelfs dat ik lid was van de lokale zwemvereniging. Het hele jaar door zwom ik, bovenop het wekelijkse schoolzwemmen, meerdere keren per week. ‘s Zomers in het buitenbad en ‘s winters binnen. Tijdens vakanties zwom ik, in Zandvoort en in Zeeland, in het Gardameer, im Bodensee, in een Deense fjord en op een Franse camping in ‘la piscine’. In vennetjes, in zee, in een ijskoude grintafgraving en in van chloor vergeven zwembaden. Zwemmen, zwemmen, zwemmen.

Al jaren zwem ik geen meter meer. Mij niet gezien. Veel te veel gedoe met omkleden, hokjes, handdoeken, natte badkleding, nat haar, gewurm met droge kleren aan een klammig, bibberend lijf. Kousen aantrekken: een crime! Nee, tegenwoordig houd ik mezelf op het droge. Een knappe badjuf die mij het water in krijgt.

Toch bespringt me drie keer per week het brrrr-gevoel dat ik bij zwemmen heb. Hoe dat komt?

Het is dat ene moment dat droge warme huid aangeraakt wordt door iets ijskouds. Vroegâh was het water, nu is het een meetinstrumentje gevat in kunststof aan een elastieken band: de hartslagmeter. Telkens als ik ‘m omdoe krimpt mijn lijf ineen alsof het overrompeld wordt door een kudde op hol geslagen ijsklontjes. Ik moet er ‘doorheen’ want het moment duurt slechts een seconde, maar ondertussen voelt het telkens weer afschuwelijk veel als zwemmen!

Over wat er ná het omdoen van de hartslagmeter gebeurt schrijf ik een volgende keer. Misschien dan ook een paar regels over de CPC.

Afvalren

De opbrengst van vandaag: een volle tas met voornamelijk snoepwikkels.

Goede werken

9 maart 2012

De afvalren is me nu al dierbaar. Eénmaal over de drempel heen, kan ik niet meer stoppen met het oprapen van zwerfvuil. Nu het ‘s avonds net ietsje langer licht is lukt het me om voor en na de looptraining nog een randje van het Haagse Bos te kleanen. Bij de bushalte aan de Boslaan kijken de forensen toe hoe ik in mijn sportoutfit snoeppapiertjes, blikjes, flesjes en flarden tasjes bijeenraap. Geen idee welke gedachten er in hun hoofden opkomen. Misschien wel geen een.

Verder aan de boszijde pluk ik chipszakken en sigarettendoosjes uit de struiken. De brandnetels zijn nog jong genoeg om me er niet aan te hoeven storen, maar het zal niet lang meer duren voordat ze me beletten om buiten de paden te treden. Helemaal als de temperatuur stijgt en mijn blote benen tevoorschijn komen. Al te goed is buurmans gek en ik zit natuurlijk niet te wachten op benen vol brandblaren. (Behalve als ik er harder van ga lopen!)

Tussen de bedrijven door gooi ik er een duurloopje tegenaan. Dat klinkt heel fors maar stelt al met al niet veel voor. Een half uurtje in D1 = slomeslakkentempo. Maar…. wonder boven wonder wordt ik zowaar overvallen door een paar minuten van gedachteloos zen-achtig lopen. Alles klopt en ik merk pas hoe heerlijk dat voelt op het moment dat het alweer voorbij is. Van pure verbazing ontsnapt er een spontaan “Joepie” uit mijn mond. Dát is lang geleden. Dáar wil ik meer van. Veel meer!

Vol goede moed sluit ik deze training af. Bij thuiskomst zie ik tussen het zwerfvuil twee flodders van wat eens ballonnen waren. In een eerdere lading zat ook al zo’n geel geval. Het zijn reclames door/voor de ANWB. Toevallig solliciteerde ik in de zomer van 2011 bij de ANWB. Toevallig werd ik niet aangenomen. Toevallig is de slogan die op de ballonnen gedrukt staat ”Wordt ons werk ook jouw werk?” Toevallig weet ik dat dit exemplaren zijn die zijn uitgedeeld tijdens de ANWB ledendag op het Malieveld 3 en 4 september vorig jaar. Toevallig kan ik dus antwoorden “Ja, beste mensen van de ANWB, jullie werk is (toch nog) mijn werk geworden, want ruim zes maanden na dato zijn dit jullie gele wervingsballonnen die ik graag uit het bos verwijder.”

Wie werken er zo nog meer voor de ANWB?

Een nieuwe lente, een nieuw geluid*

3 maart 2012

In plaats van te vertellen over hoe ik al hardlopend door ontspruitend groen dartel, dit keer een iets andere blik op het beginnend voorjaar.

Onkruid bestaat niet. Onkruid zijn planten die groeien op plaatsen waar het niet gewenst is. Nu het Haagse Bos (mijn trainingsgrond) aan het Lenteren is, komt het onkruid vliegensvlug uit de grond zetten. Ongewenst of juist heel welkom, deze planten zijn reuze pienter.

Doordat ze bij het minste of geringste voorjaarsgevoel als haast-je-rep-jes opkomen, lukt het ze om de zonnigste, beschutste plekjes te bemachtigen en het meeste voedsel uit de bosgrond te peuren. Zo blijven ze de concurrentie voor en hebben ze de meeste kans om zich voort te planten.

Onkruid? Niks ervan, getalenteerde woekeraars. Succesvolle overlevers zijn het!

Hulde dus, aan de brandnetels, haagwinde, muur, herderstasjes, het groot hoefblad, dolle kervel, kruipende boterbloemen, fraaie bosanemonen en vrolijke winterakonietjes, aronskelken, het klein kruiskruid, zevenblad zelfs en – niet te vergeten – de tentakelige prikkert die mij bij herhaling weet te strikken: de bosbraam.

 

Afval bestaat niet. Afval is materiaal dat ligt op plekken waar het niet gewenst is. Zoals gezegd loop ik al jaren in het Haagse Bos. Van voor naar achter van links naar rechts, soms ondersteboven struikelend en ook wel achterstevoren (retro running). Nu het groen nog niet zo weelderig verhullend is, valt des te meer op hoeveel zooi mensen er in achterlaten. Vuil en vies, afval is alomtegenwoordig. Het lijkt wel alsof het zo genetisch gemanipuleerd is dat het de overlevingsdrang van onkruid heeft overgenomen.

Tot in het diepste en obscuurste stukje bos heeft het afval zich weten te verspreiden. Doordat het materiaal zo goed als onafbreekbaar is (een aluminium blikje vergaat nooit!) en mensen blijven weggooien, slaagt zwerfvuil er in om te groeien en overal aanwezig te zijn, dan weer hier en dan weer daar.

Afval? Onuitstaanbaar is het! Het zogenoemde hemdtasje, de sappakjes, de roerstaafjes, de huismerkbierblikken, het patatbakje, de sigarettendoosjes, de energieslurpende red bullen en – niet te vergeten – voor het blote oog bijna onzichtbaar maar o zo giftig :
de viespeuk.

Klagen Loont Echt Absoluut Niet. Sinds deze week draag ik bij het hardlopen een – hoe ironisch - plastic zak mee. Het afval dat ik zie, raap ik op en doe ik thuis in de vuilnisbak. De afvalberg wordt er niet kleiner door maar ik word er vrolijk van en een klein stukje van de wereld schoner.

Zie hier het resultaat van de eerste afvalrun. Meer hierover op de pagina Afvalren.

*naar Joop Visser meer dan naar Gorter

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.